De beste RPG’s voor de Super Nintendo (3): wat in Japan is gebleven

Van de véle Japanse RPG’s voor de SNES die nooit een officiële uitgave in het westen hebben gekregen, zijn onderstaande wat mij betreft het meest interessant. Natuurlijk meld ik het als ze inmiddels wél officieel beschikbaar zijn én of ze anno nu nog leuk zijn om te spelen.

1: Seiken Densetsu 3
2: Treasure of the Rudras
3: Star Ocean
4: Tactics Ogre: Let Us Cling Together
5: Bahamut Lagoon
6: Chaos Seed
7: Energy Breaker
8: Live-a-Live
9: Treasure Hunter G
10: Marvelous: Another Treasure Island
Bonus: Ganpuru: Gunman’s Proof

Seiken Densetsu 3

Als je één RPG gaat spelen die Japan nooit heeft verlaten, laat het dan Seiken Densetsu 3 zijn. Dit is de opvolger van Secret of Mana. Het is het derde deel in de Seiken-serie, die op de Game Boy begon met het spel dat we in Europa als Mystic Quest kennen.

Hoewel deze prachtig uitziende game zo’n beetje hét symbool is geworden voor alle spellen die wij in het westen moesten missen, durf ik te zeggen dat Secret of Mana nét even beter is. Met name het vechtsysteem in Mana is diepgaander en geeft je meer controle over je karakters. In Seiken Densetsu 3 ben je tijdens gevechten vooral op de knoppen aan het rammen.

Ga de game ondanks deze milde kritiek gewoon spelen: nooit zag je charmantere 16-bit graphics dan hier, de muziek is prachtig en zeker als je de voorganger kent is het een feest om bekende elementen in een nóg mooier jasje te zien.

Aan het begin van het spel stel je uit zes personages een team van drie samen. Ze hebben allemaal een unieke verhaallijn, maar je kiest altijd één hoofdpersonage met twee andere karakters ter ondersteuning. Je hebt de keuze uit een ridder, dief, priesteres, beestman, tovenares en amazone.

Halverwege het spel kun je de klasse van je personages upgraden met een licht of donker aspect. Later kun je nog eens kiezen, zodat je combi’s krijgt als donker-licht, licht-donker of donker-donker. Iedere combi speelt nieuwe vaardigheden vrij, maar je sluit door je keuze ook mogelijkheden uit.

Met zes personages die ieder vier verschillende kanten kunnen opgroeien, is het spel op allerlei manieren speelbaar. Qua verhaal zijn niet alle teamsamenstellingen even gelukkig:  de combinatie van de personages Hawkeye, Lise en een willekeurige derde komt het beste uit de verf, als ik de discussies hierover op website Gamefaqs mag geloven.

Secret of Mana kon je met behulp van een multi-tap met z’n drieën spelen. Die mogelijkheid heb je hier helaas niet: ook al lopen er drie karakters over het scherm, de derde wordt altijd door de computer bestuurd. Al bestaat er natuurlijk een hack die het tóch mogelijk maakt met z’n drieën aan de slag te gaan.

Seiken Densetsu 3 is één van de eerste spellen die door een fan is vertaald uit het Japans, in dit geval door Neill Corlett, een ‘god in the emulation community’ en tegenwoordig schijnbaar werkzaam bij Google in New York. Het spel is heruitgegeven als onderdeel van Seiken Densetsu Collection voor de Nintendo Switch, maar alleen in Japan.

Update 2019: Deze collectie, met daarin de eerste drie games in de reeks, is dit jaar alsnog naar het westen gekomen. Een bijzondere verrassing dat Seiken Densetsu 3 zo’n 23 jaar na de Japanse release alsnog officieel is vertaald, compleet met nieuwe titel: Trials of Mana. En alsof dat nog niet genoeg is, komt volgend jaar ook een 3D-remake uit. Of die net zoveel charme heeft als het origineel valt nog te bezien.

Treasure of the Rudras

Iedere 4000 jaar verwoesten de goden de heersende beschaving op aarde. Vier beschavingen gingen het mensenras al voor, over vijftien dagen is het onze beurt. Jouw taak om het noodlot af te wenden. Dat is in een notendop het plot van Treasure of the Rudras, of Rudra no Hihou op z’n Japans. Je hebt de controle over drie personages met ieder hun eigen scenario. Als je ze alle drie hebt voltooid, volgt de vierde en laatste.

Het meest in het oog springende element van Treasure of the Rudras is het magiesysteem. Je maakt in dit spel je eigen spreuken (‘mantra’s’) door woorden en lettergrepen aan elkaar te koppelen. Zo is het mantra Lef een spreuk waarmee je één teamgenoot kunt genezen. Door er -na achter zetten krijg je Lefna, een spreuk die je héle team geneest. Door daar weer u- voor te zetten krijg je Ulefna, een krachtiger versie van de team-genezingsspreuk.

De originele versie werkte uiteraard met Japanse tekens, het systeem was haast onmogelijk naar ons Latijnse alfabet te vertalen. Uiteindelijk is het -onofficieel- toch gelukt door de onvermoeibare club Aeon Genesis in 2003, onder leiding van hacker Gideon Zhi. Die heeft er door de jaren heen nog flink aan gesleuteld. De laatste versie is van 2015.

Nieuwe mantra’s of delen daarvan krijg je soms gratis en voor niets van een weldoener. Vaker moet je ze kopen of vinden op moeilijk bereikbare plekken. Let goed op wat voor mantra’s je vijanden gebruiken, want die kun je gewoon overschrijven en zelf gebruiken. Het leverde mij een leuke spreuk op die een gigantische stenen plaat doet neerdalen op de hoofden van tegenstanders.

Experimenteren loont: een poging van mij om lollig te doen met Abra (van abracadabra) leverde een aardige bliksem-spreuk op. Onsuccesvolle combinaties resulteren in mantra’s die ineffectief zijn of hoge kosten met zich meebrengen voor een gering effect.

Als je slim bent, houd je een boekje bij de hand waar je mantra’s in noteert. Je kunt ze in het spel namelijk niet onbeperkt opslaan. Via internet vind je slimmeriken die het systeem hebben gekraakt en de allerbeste mantra’s hebben gevonden tegen de laagste kosten. Handig, maar er zelf mee prutsen is juist één van de aardigste elementen van de game.

Het spel ziet er fantastisch uit, het spritewerk en de animaties zijn super gedetailleerd en er zit behoorlijk wat vaart in. Maar hoe bijzonder Rudra ook is, ik zou er pas aan beginnen als je de ‘grote drie’ Chrono Trigger, Final Fantasy III en Secret of Mana hebt uitgespeeld. Er is geen heruitgave beschikbaar, je moet ‘m emuleren of de originele Japanse versie spelen. Ten overvloede: dit is wéér een titel van het onvermoeibare Square.

Star Ocean

De meeste Japanse RPG’s spelen zich af in een middeleeuws aandoende, Tolkien-achtige fantasiewereld. Star Ocean van ontwikkelaar Tri-Ace doet het anders en maakt er een soort Star Trek van. Het verhaal begint nogal standaard: de jongen Ratix en zijn vrienden moeten op zoek naar een geneeskrachtig kruid om hun dorpsgenoten te helpen die in steen zijn veranderd.

Net voordat ze het medicijn vinden, komen echter vreemde wezens met geavanceerde wapens en apparatuur naar beneden ge-beamed. Het zijn mensen van de planeet aarde die uitleggen dat de verstening een biologisch wapen is van een vijandig ras. Een paar goedbedoelde kruiden gaan dus niet helpen. De nieuwkomers nodigen Ratix en zijn vrienden uit in hun ruimteschip om de ziekte te ontlopen en samen een oplossing te vinden.

In de oude Star Trek-series begaven de bemanningsleden van de Enterprise zich geregeld incognito onder een technologisch minder ver ontwikkelde beschaving. Het plot van Star Ocean heeft daar veel van weg. Je leert later in de game ook tijdreizen, iets dat ook vaak voorkwam in de beroemde sci-fi-serie. De overeenkomst met Star Trek is misschien één van de redenen dat dit spel destijds niet naar het westen kwam?

Het ziet er mooi uit, al vind ik de graphics niet zo tof als in Chrono Trigger of Seiken Densetsu 3. Het oogt wat fletser en een beetje te druk naar mijn smaak. De originele game had een compressiechip om alle details in de kleine cartridge te persen. Het bleef daarom lang moeilijk om deze game fatsoenlijk te spelen op emulators.

Interessante toevoeging zijn de ‘private actions’ als je een dorp of stad bezoekt. De personages splitsen zich dan op en als speler kom je meer over hen te weten en verdiep je de onderlinge relaties. Dat kan gevolgen hebben voor de rest van het spel.

Gevechten zijn er natuurlijk ook. Deze verlopen in real time, al geef je commando’s in plaats van dat je karakters automatisch bestuurt. De figuren roepen constant in het Japans wat ze gaan doen.

Ik zou daar persoonlijk heel goed zonder kunnen, maar al die ingeblikte stemmen in een 16-bit game is best knap. Tijdens de intro van het spel hoor je ook stemgeluid, in het Engels zelfs. Daarin vult een kapitein van een ruimteschip zijn Captain’s log, compleet met “Star Date….” Zei daar iemand Star Trek?

Dit spel is in 2008 wereldwijd -óók in Europa- heruitgebracht op de Playstation Portable (PSP) als Star Ocean: First Departure. Die versie is verrijkt met geanimeerde cutscenes en combineert 2D-personages met 3D-omgevingen. Er volgden nog veel meer games in deze reeks: in 2016 zag deel 6 het licht voor de Playstation 4.

Tactics Ogre: Let us Cling Together

Er zijn weinig strategische RPG’s uitgebracht voor de Super Nintendo in het westen. Dit zijn games die net wat complexer zijn dan ‘gewone’ RPG’s en zoals de naam al zegt meer aandacht vereisen tijdens gevechten.

Je bestuurt doorgaans een grotere groep strijders, moet rekening houden met loopafstand, weersomstandigheden, bereik en terrein. Als een van je krijgers sneuvelt, ben je die meestal voorgoed kwijt als je niet uitkijkt.

Daarnaast is het zinvol op allerlei statistieken en attributen te letten van je karakters: welke wapens bij een spelfiguur passen, hoe goed hun conditie is en onder welk element of sterrenbeeld ze zijn geboren. Dit heeft allemaal invloed op het verloop van het spel. Bij Tactics Ogre: Let Us Cling Together is het niet anders.

Als je van de games in dit genre er ééntje gaat spelen, zorg dan dat het deze is. Het gevechtssysteem houdt je maanden bezig en het verhaal zit vol intriges, politieke machinaties en persoonlijke vetes. Het is erg goed vertaald door het hackerscollectief Aeon Genesis, die voortbouwde op eerdere pogingen. De vertaling is pas sinds 2010 beschikbaar.

De game speelt zich af in Valeria, een land waar drie facties strijden om de macht nadat de rechtmatige koning overlijdt zonder troonopvolger. De troonpretendenten bedienen zich van dubieuze tactieken zoals etnische zuivering en steun van buitenlandse machthebbers om de strijd te winnen.

Broer en zus Denim en Kachua Powell hebben zo’n zuivering overleefd. Zij zweren wraak en als speler bestuur je hen en de soldaten onder hun commando. Op bepaalde momenten maak je keuzes die leiden tot één van de verschillende eindes. Die zijn niet allemaal happy, dus je moet goed opletten.

Tactics Ogre vertelt een serieus verhaal, waar de cartoonesk getekende figuren soms wat koddig bij afsteken. Maar dat is bij veel RPG’s uit dit tijdperk het geval. De mooie portretten van de karakters die je tijdens dialogen ziet, passen wat dat betreft beter.

De muziek is prachtig, vooral heel erg bombastisch. Grafisch lijkt het enorm op Final Fantasy Tactics voor de Playstation, dat door hetzelfde team is gemaakt.

De game verscheen met wat kleine updates op de Sega Saturn en de Playstation, maar de ultieme versie kwam in 2010 wereldwijd naar de PSP. Die was grafisch verbeterd, had een vernieuwde soundtrack en kleine wijzigingen die het spel gebruiksvriendelijker maakten.

Zo kun je in de PSP-versie in één oogopslag zien in welke volgorde spelfiguren hun move mogen maken. Ook kun je het gevecht te allen tijde een paar beurten terugspoelen. Verder kun je terugkeren naar sleutelmomenten om andere keuzes te maken dan tijdens je eerste keer spelen. Desondanks is ook de 16-bit versie nog steeds goed speelbaar in de onofficiële vertaling.

Bahamut Lagoon

Nog een game die net als Seiken Densetsu 3 al vroeg de status van ‘verborgen juweel’ verwierf. Zo’n spel waarover al in de late jaren 90 in superlatieven werd gesproken door de uitverkorenen die de Japanse taal machtig waren. Het is samen met Seiken en Star Ocean één van de eerste Japanse games die een onofficiële vertaling kreeg. Ene ‘Tomato’ begon ergens in 2001 aan de klus en klaarde die maanden later, onder andere met hulp van de eerder genoemde Neil Corlett.

Is de bewieroking van dit spel terecht? Ja en nee. Als SNES-fanboy kun je niet anders dan ontzettend blij worden van de presentatie. De eerste keer dat ik het zag, inmiddels heel wat jaren geleden, hing m’n tong op m’n schoenen. Wáárom was deze game niet naar Europa gekomen? Even los van het officiële antwoord (het kwam pas in 1996 uit en vertalen zou een jaar in beslag nemen): deze lange, trage game vereist behoorlijk veel geduld en doorzettingsvermogen.

De wereld van Bahamut Lagoon bestaat uit zwevende eilanden en continenten. Het spel begint op het moment dat een op macht beluste keizer de wereld aan zijn gezag onderwerpt, met alle moord en doodslag die hij daarbij noodzakelijk acht.

Als speler neem je de leiding over een groepje vrijheidsstrijders dat het gevecht aangaat om de machthebber omver te werpen. Interessant detail daarbij is dat veel ‘onderdrukte’ burgers de gewapende vrede eigenlijk best prima vinden. Ze zitten niet te wachten op een clubje relschoppers dat weer oorlog gaat voeren.

Bahamut Lagoon is een strategie-RPG maar verschilt nogal van Tactics Ogre dat hierboven staat. Daar zit je wat dichter op de huid van de personages, waar één personage voor één vechter staat. In Bahamut Lagoon schuif je met poppetjes over een groot speelveld. In confrontatie met vijanden zie je dat ieder poppetje eigenlijk een groep van vier vechters voorstelt, waarbij je aan iedere groep een draak toewijst.

Die draken zijn essentieel in het spelsysteem van Bahamut Lagoon. De krachten, zwakheden en andere status-elementen van je vechters zijn direct gekoppeld aan hun draak. Eenvoudig voorbeeld: als je een vuurdraak aan een groep magiërs linkt, dan zijn hun vuurspreuken krachtiger.

De voorwerpen die je buitmaakt in gevechten kun je zelf houden, verkopen, of aan je draken voeren. Afhankelijk van het menu dat je ze voorschotelt, worden je draken agressiever, defensiever, slimmer, sneller of trouwer aan hun team. Soms transformeren ze tot heel andere type monsters met andere kwaliteiten. De draken vallen vijanden aan in combinatie met hun baasjes of op eigen gelegenheid als je ze vooruit stuurt. Gevechten duren gemakkelijk een uur. Daarna volgen doorgaans periodes waarin het verhaal wordt uitgediept en die net zoveel tijd in beslag nemen.

Bahamut Lagoon ziet er fantastisch uit, met name de intro perst het maximale uit de SNES. Er zitten wel wat botsende stijlen in. De draken bijvoorbeeld zien er prachtig en vervaarlijk uit in het gevechtsscherm, maar in het overzichtsscherm waar je je karakters hun marsorders geeft, lijken ze op Pokémon-achtige knuffeldiertjes.

De spelfiguren torenen boven stadsmuren en forten uit, want deze zijn helemaal niet in verhouding getekend. Dat is op zich logisch omdat het speelveld kilometers oppervlakte moet voorstellen, maar het ziet er wat gek uit. De pietepeuterige kasteeltjes, gecombineerd met de koddige draakjes in het overzichtsscherm, passen wat mij betreft matig bij de epische sfeer die het spel probeert op te roepen.

Het kostte mij mede om deze reden wat meer moeite om ‘erin te komen’ dan bij Tactics Ogre. Toch denk ik dat door de verder toffe graphics, sfeervolle muziek en de strategische mogelijkheden deze game anno 2017 nog steeds de moeite waard is. Niet slecht voor een titel van bijna 23 jaar oud.

Bahamut Lagoon is heruitgegeven als downloadbare titel op de Japanse Wii en Wii U. Emuleren of een repro-cartridge zijn de meest voor de hand liggende opties om de game in het Engels te spelen.

Chaos Seed

Een ongewone titel van Neverland, de makers van Lufia. Je personage is een Dousen, een soort mystieke architect die ondergrondse kamers en gangenstelsels bouwt. Dat doet hij of zij dichtbij energiestromen die ‘dragon veins’ (drakenaderen) heten.

Het idee is dat de vormen en functies van de kamers die je creëert, de gezondheid van de aarde positief beïnvloeden en daar tegelijk kracht aan ontlenen. Je bouwt als het ware ‘drukpunten’ in de aarde.

Toepasselijk heeft de game als ondertitel ‘The Feng-Shui Chronicles’, want het is op deze filosofie gebaseerd. Feng-Shui is een soort harmonisatieleer waarin wordt gestreefd naar een optimale relatie tussen de mens en diens leefomgeving. Doel is harmonie tussen natuurlijke en gecreëerde vormen tot stand brengen. Dat is precies waar het in deze game om draait.

Chaos Seed is een interessante titel omdat het zo onconventioneel is. Een combinatie tussen Sim City en Zelda, al dekt die beschrijving de lading ook niet echt. In plaats van dat je schatten en andere waardevolle zaken rooft uit de onderwereld, laat je de grotten en kerkers juist floreren.

In dat opzicht lijkt het op de PC-game Dungeon Keeper. Met als belangrijk verschil dat je hier geen kwaadaardig personage speelt, maar een mythische bewaker van de ondergrondse orde.

Er zijn drie soorten grondstoffen waarmee je je bouwlust financiert. Met Energy kun je kamers en gangenstelsels bouwen. Hoe groter, hoe meer energie dat kost. Met Sentan kun je deze kamers upgraden. Dungeon Points heb je dan weer nodig om überhaupt te kunnen bouwen, ongeacht de grootte van de constructie.

Boze geesten en demonen, maar ook schattenjagers en plunderaars proberen je te hinderen in je werk. Sommige menselijke tegenstanders zien je zelfs aan voor een slechterik en denken dat ze de wereld redden door jouw personage uit te schakelen. Je hebt gelukkig een behoorlijk arsenaal aan moves om deze tegenstand in real time het hoofd te bieden.

Je wordt in de strijd bijgestaan door mythische wezens, goden en godinnen, vaak gebaseerd op Chinese of Japanse folklore en natuurreligies. Gevechten zijn dankzij de beschikbare special moves en de hulp van je fantasievolle helpers erg onderhoudend.

Effectief bouwen is behoorlijk lastig onder de knie te krijgen, het is maar goed dat je tijdens het eerste uurtje een uitgebreide instructie krijgt van je leermeester. Na deze intro volgen meerdere scenario’s die allemaal hun eigen verhaal en doel hebben, met steeds uitdagender puzzels en opdrachten. Aanrader als je de wereld van RPG’s eens van de onderkant wilt bekijken.

Energy Breaker

Nog een game van Neverland, ditmaal een strategische RPG. Zoals wel vaker in dit genre heb je behoorlijk wat tijd nodig om erin te komen, zeker een uur of tien. Ook al ziet het er kleurrijk uit, een beetje meisjesachtig zelfs, Energy Breaker is een beest van een spel.

Wie een game zoekt om ‘even lekker snel te spelen’ moet op zoek naar iets anders. Wie doorzet, wordt beloond met een bijzonder verhaal dat je dankzij de uitstekende vertaling eindelijk kunt ervaren zoals Japanse spelers in 1996.

De personages zijn sterk neergezet, met goeie dialogen en verborgen grapjes. Volgens de hacker die verantwoordelijk was voor het implementeren van de Engelse tekst is dit de langstlopende vertaalklus geweest van de emulation-gemeenschap. Dat geloof ik, want behalve de gebruikelijke conversaties zit er ook heel veel menutekst in het spel. Notificaties en teksten die in beeld komen tijdens gevechten en op de wereldkaart hebben blijkbaar allemaal hun eigen subroutines. Dat maakte de implementatie van de vertaalde teksten tot een berenklus.

Net als het hierboven genoemde Tactics Ogre geef je commando’s aan personages in een speelveld vanuit een isometrisch perspectief. Ieder karakter heeft een aantal balance points tot zijn of haar beschikking. Elke handeling kost punten: bewegen, aanvallen, toverspreuken, voorwerpen gebruiken etc. Een personage dat gewond raakt, verliest naast levenskracht ook balance points en is daarmee minder nuttig in de strijd.

Kun je in bijvoorbeeld Final Fantasy nog wel een speelbeurt verprutsen, hier komt iedere misstap je duur te staan. Marcheer je recht op je vijand af, met het gevaar dat je niet genoeg punten hebt om aan te vallen? Of wacht je juist af en loop je het risico een paar tikken te krijgen? Een verkeerde keuze kan snel leiden tot het ‘game over’-scherm.

Persoonlijk heb ik niet zoveel met dergelijke strenge systemen, vooral omdat je gedurende het spel zóveel gevechten levert. Ben je aan het dwalen door een grot, kerker of ander level op zoek naar de uitgang, dan kan het zomaar gebeuren dat je meerdere keren wordt opgewacht door eerder verslagen vijanden. Zo kom je wel aan 50 uur speeltijd.

De vaardigheden van je personages zijn gelinkt aan de elementen vuur, wind, water en aarde. Die hebben in dit spel ieder ook nog een licht en een donker aspect. Wanneer een personage een ervaringslevel stijgt, mag je punten toekennen aan één of meer elementen. Daarmee vergroot je als het ware de bekwaamheid van dat personage met die elementen.

Dat bepaalt vervolgens welke spreuken en vaardigheden ze kunnen gebruiken. Als een spreuk bijvoorbeeld 2 lichte waterpunten en 1 donker vuurpunt kost, dan moet je karakter op z’n minst dat puntenaantal hebben vrijgespeeld. Ingenieus, maar iets te abstract voor mij.

Hoofdkarakter is de jonge vrouw Myra die ene generaal Leo alias ‘The Whirlwind General’ zoekt. Hij zou Myra kunnen helpen haar verloren geheugen terug te vinden. Ze komt vervolgens terecht in een complex verhaal waar grote thema’s niet worden geschuwd, zoals het een echte Japanse RPG betaamt. Beetje flauw: het is weer eens anti-religieus.

Alles bij elkaar geen persoonlijke favoriet, maar wel een aanrader voor fans van het genre omdat het overduidelijk met liefde en aandacht is gemaakt. Geen officiële heruitgave.

Live-a-Live

Live-a-Live is een onconventioneel spel dat zeven verschillende verhalen vertelt die op een bepaalde manier met elkaar samenhangen. Aan het begin van de game kun je kiezen welk scenario je als eerste wilt spelen. Wanneer je er één hebt voltooid, keer je weer terug naar het selectiescherm en kies je de volgende.

Ieder afzonderlijk verhaal kent een andere hoofdrolspeler, tijdperk en grafische details. Zo speel je “The Sundown Kid” in het Wilde Westen, een kungfu-monnik in het oude China, een ninja in feodaal Japan en een robotje dat in de verre toekomst meereist in een ruimteschip.

Hoewel de gameplay in principe in elk scenario hetzelfde is, verschillen de opdrachten die je als speler uitvoert en ligt de nadruk elke keer op een ander spelelement. Zo is er een verhaal over een worstelaar waarbij je voornamelijk aan het vechten bent. Het robotkarakter heeft dan weer bijna geen gevechten: in zijn verhaal staat exploratie op de eerste plaats. Dan is er nog een holbewoner die leeft in een tijd zonder taal. Hier wordt alles aan de speler gecommuniceerd door middel van geluiden, gezichtsuitdrukkingen en symbolen in tekstwolkjes.

Ieder karakter is door een andere manga-artiest bedacht. Soms met een vette knipoog naar het genre zelf, zoals in het scenario van de motorrijder Akira die over psychokinetische gaven beschikt. Ook in andere scenario’s volop referenties naar popcultuur: van beroemde bandieten in het Wilde Westen tot een confrontatie met een Hulk Hogan-lookalike in het worstelverhaal.

Als je de zeven eerste scenario’s hebt uitgespeeld, begint het achtste scenario, waarin je de bad guy ontmoet. Dat verhaal is de verbinding met de eerste zeven en je kunt als speler tijdens het negende en laatste hoofdstuk zelf kiezen of je voor het goede of het slechte einde gaat. Die keuze is afhankelijk van je sympathie voor enerzijds de helden of anderzijds de tragische slechterik.

De eerste onofficiële vertaling kwam al in 2001 uit. In 2008 verscheen een upgrade die niet alleen foutjes en bugs verwijderde, maar ieder scenario van een eigen lettertype voorzag. Zoals een karakteristiek ‘western-lettertype’ voor het cowboyverhaal en een lettertype dat aan Chinese tekens doet denken voor het scenario van monnik Xin Shan Quan.

De graphics zijn niet heel bijzonder, maar door al die verschillende personages en locaties wel heel gevarieerd. Als Earthbound je bevalt, moet je deze ook eens proberen. Daarvoor moet je een Japanse heruitgave voor de Wii U of Nintendo 3DS opsnorren als je de taal machtig bent. Anders ben je op de onofficiële vertaling aangewezen.

Treasure Hunter G

Deze titel is gemaakt door de ontwikkelaars van Sting, die een paar jaar later op de Game Boy Advance scoorden met Yggdra Union en Riviera: The Promised Land. Het is de allerlaatste RPG voor de Super Nintendo/Super Famicom waar Square bemoeienis mee had voordat het bedrijf zijn loyaliteit als RPG-hofleverancier aan Sony’s Playstation gaf.

Je begint het spel als de broertjes Red en Blue (Red heeft verwarrend genoeg een dikke blauwe haardos). Zij logeren bij hun grootvader terwijl hun vader op schattenjacht is. De afwezigheid van pa wordt de jongens echter teveel, dus gaan ze hem achterna. Opa is de beroerdste niet en leert de jongens de fijne kneepjes van het avonturieren. En passant toont hij zich een enorme vechtjas in de strijd tegen manshoge ratten en ander ongedierte.

De vader van de twee hoofdrolspelers heeft een grote metalen vogel ontdekt. Op het moment dat hij ermee wegvliegt, wordt hij onder vuur genomen door een stel slechteriken. Samen met twee andere spelfiguren, het meisje Rain en haar aapje Ponga, die zo hun eigen redenen hebben om zich bij je aan te sluiten, gaan Red en Blue op pad om het geheim van de Ferric Falcons te ontrafelen.

Het bijzondere aan Treasure Hunter G is dat het de complexe gameplay van een strategy RPG (vechten op een grid, positionering op het speelveld, loopafstand etc.) vereenvoudigt zonder dat het simplistisch wordt. Hier schuif je niet met legers over een strijdperk, maar met drie koddige koters en een aapje. Het speelt een beetje als Chrono Trigger omdat je vijanden op het scherm gewoon kunt zien -hier geen random encounters.

Ga je het gevecht aan, dan beland je op een strijdperk dat is verdeeld in blauwe, gele of rode tegels. Op de gele tegels kosten handelingen twee keer zoveel handelingspunten dan op de blauwe. Op de rode kosten ze weer tweemaal zoveel als op de gele. Je moet daarom goed opletten van welke kant je vijanden benadert en hoeveel punten je spendeert aan lopen. Hoe directer je de afstand tot vijanden overbrugt, hoe vaker je kunt aanvallen.

Zoals in de meeste RPG’s met een strategische invalshoek maakt het ook hier verschil van welke kant een aanval komt. Het is hier wel iets transparanter: zowel je spelfiguren als vijanden hebben een overzichtelijke ‘front defence’ en een ‘back defence’. Die laatste beïnvloedt ook schade die van de zijkant komt.

Als je denkt dat Tactics Ogre of Energy Breaker te lastig zijn en je gewoon wilt genieten van een leuk verhaal dat zichzelf niet al te serieus neemt, probeer dan eens deze titel. Het wordt nergens zo episch als Chrono Trigger of ambitieus als Bahamut Lagoon, maar de presentatie van het totaalpakket is dik in orde.

Kritiekpunt: ondanks dat de game betrekkelijk laat in het 16-bit tijdperk is verschenen, is het managen van je inventaris heel ouderwets. Zo heb je niet één groot reservoir aan voorwerpen, maar heeft ieder karakter zijn eigen inventaris. Als je wilt dat een personage een voorwerp kan gebruiken dat een ander in zijn inventaris heeft, dan moet je dat voorwerp eerst overhandigen. Misschien realistischer, maar het zorgt vooral voor onnozele micromanagement.

Treasure Hunter G is nooit heruitgegeven en heeft ook nooit een officiële vertaling gekregen naar het Engels. Het spelen van de gehackte versie lijkt daarmee de enige mogelijkheid voor spelers die het Japans niet machtig zijn om deze Square-zwanenzang te ervaren.

Marvelous: Another Treasure Island

Dé verrassing van dit overzicht, al is het geen échte RPG. Wie Marvelous: Mouhitotsu no Takara-jima (de titel is een verwijzing naar Schateiland van Robert Louis Stevenson) speelt, merkt meteen dat hier dezelfde graphics zijn gebruikt als voor The Legend of Zelda: A Link to the Past. Het is gemaakt in dezelfde engine, als je dat zo kunt noemen bij 2D games. De graphics, de muziek, geluidseffecten en besturing doen zo sterk denken aan Zelda dat je bijna gelooft dat het om een ingenieuze hack gaat.

Maar Marvelous is helemaal officieel. Deze titel uit Nintendo’s eigen stal kwam pas eind 1996 uit in Japan. Nintendo was toen al volop bezig de Nintendo 64 te promoten en zag er vanaf deze game uit te brengen op de westerse markten. Het is lang verborgen gebleven voor retro-gamers: de onofficiële vertaling kwam pas in 2016 beschikbaar.

Marvelous gaat over een jongerenkamp op een ogenschijnlijk verlaten eiland. Groepjes kinderen vermaken zich met vissen, voetballen, gitaar spelen en een kampvuurtje aanleggen.

De rust duurt niet lang, want piraten verstoren de pret en ontvoeren de kampleidster. De zeerovers zijn op zoek naar een schat die wordt bewaakt door een stel apen op het eiland. Eén van die aapjes kiest drie jongens uit als de nieuwe hoeders van het geheim. Hij duwt hen speciale sleutels in handen waarmee ze schatkistjes op het eiland kunnen openen. Die bevatten allemaal handige gadgets die telkens door één van de jongens kunnen worden gebruikt.

Als speler heb je de controle over de drie jochies. Ze hebben ieder speciale eigenschappen nadat je de juiste voorwerpen hebt gevonden. De ene krijgt bijvoorbeeld een hengel om vissen te vangen en weet daarmee óók ver weg gelegen hendels over te halen. De ander kan met z’n duikbril verloren voorwerpen uit het water opduiken en de laatste bereikt hoge snelheden met zijn sportschoenen. Die laatste vaardigheid speelt bijna precies hetzelfde als de Pegasus Boots uit Zelda.

Sommige puzzels vereisen dat je één karakter vooruit stuurt en de rest laat wachten. Zo kan de lange slungel bijvoorbeeld over gaten springen waar de andere twee (respectievelijk klein en dik) niet overheen kunnen. Je moet dan met de lange op zoek naar een alternatieve ingang voor de achterblijvers.

Soms moet je je team zo positioneren dat ze gezamenlijk een zwaar obstakel uit de weg kunnen tillen, of moeten ze op elkaars schouders klimmen (opletten wie het meeste gewicht tilt, anders dondert je menselijke toren uit elkaar). Als je team is opgesplitst, kun je ze met een fluitje weer bij elkaar brengen. Later krijg je een walkie-talkie, waarmee je datzelfde kunt doen over grotere afstanden.

Marvelous is een stuk sneller te doorgronden dan sommige andere titels in deze lijst. De oplossingen van de puzzels zijn soms verrassend, maar meestal logisch genoeg om zelf te bedenken. Ze worden allengs lastiger, al kun je -tegen betaling van een luck rock– om tips vragen van een rondcirkelende papegaai.

Het is niet zo’n groot spel, je speelt het in een paar avondjes uit. Met name voor de volwassen speler met weinig tijd een verademing. Helaas is er geen officiële westerse heruitgave, emuleren is de enige optie om deze titel te spelen.

Ganpuru: Gunman’s Proof

Net als Marvelous hierboven, is Ganpuru: Gunman’s Proof geen echte RPG maar eerder een Zelda-achtige game. In het geval van Ganpuru mag je gerust van een kloon spreken, het lijkt allemaal érg op Nintendo’s paradepaardje. Groot verschil is dat je hier niet in het fantasieland Hyrule rondloopt, maar op een eiland(?) in het Amerikaanse Wilde Westen.

De hoofdrolspeler is een jongen die op pad gaat om ‘Demiseeds’ te verslaan. Dit zijn nogal koddige buitenaardse wezens die de prairies en ranches onveilig maken. Daarvoor moet je acht kerkers bezoeken en in elke kerker een voorwerp vinden om de grote slechterik Demi te overwinnen. Dit monster is verantwoordelijk voor de buitenaardse wetteloosheid op dit voorheen zo vredige eiland.

Detail: eigenlijk is de jongen ‘bezeten’ door een van de twee intergalactische sheriffs die naar de aarde zijn gestuurd om de Demiseeds in te rekenen. Terwijl de hulpsheriff de vliegende schotel repareert waarmee het duo op aarde is gecrasht, gebruikt de ander onze ongelukkige held als marionet. Het spel zit vol met deze gekkigheid, waardoor het iets wegheeft van Earthbound.

Uit alles blijkt verder dat Zelda: A Link to the Past de grote inspiratiebron was waaruit de makers hebben geput. Je levensbalkje (met bolletjes in plaats van hartjes) vul je bij met appels die verslagen vijanden achterlaten. Aan de rand van een verhoging spring je op vergelijkbare wijze naar beneden. Wanneer je op select drukt, verschijnt een wereldkaart die bijzonder veel weg heeft van Hyrule.

De plattegrond waarmee je door de kerkers, grotten en tempels navigeert, heeft vrijwel dezelfde indeling als in A Link to the Past. Maar de gelijkenis valt vooral op door de wijze waarop die kerkers zijn ontworpen: de vorm van de deurtjes, de fakkels en kandelaars bij de ingang. De doorgangen die pas opengaan nadat je alle vijanden in een ruimte hebt verslagen. En steevast een eindbaas in de laatste kamer -inclusief symbool voor zijn deur die duidelijk maakt dat je je moet klaarmaken voor de strijd.

Je zou de games op deze momenten gemakkelijk met elkaar kunnen verwarren, ware het niet dat de hoofdrolspeler hier een cowboyhoed draagt in plaats van een groen mutsje. Ook speelt Ganpuru een stuk sneller omdat de puzzels veel makkelijker zijn.

Het wordt nergens zo briljant als Zelda, dat is ook bijna niet mogelijk. Vind je Zelda leuk en wil je eens door duistere gangen dwalen met pistolen en machinegeweren in plaats van het Master Sword, dan is Ganpuru: Gunman’s Proof een leuke snack.

Deze game verscheen in januari 1997 in Japan, in dezelfde maand dat Final Fantasy VII uitkwam voor de Playstation. Een kansloze strijd natuurlijk. Mede daardoor de laatste titel van de nagenoeg onbekende maker Lenar. Geen heruitgave bekend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.